Nieuws Sport Optiek Optometrie Contactlenzen Adresgegevens

Optometrie

Optometrisch centrum Oud Geleen heeft het beste voor met uw ogen. Daarom wijkt onze manier van werken af van die van de traditionele optiekzaak. Hoe wij tot deze manier van werken zijn gekomen kunt u lezen onder het kopje De geschiedenis van Optometrisch centrum Oud Geleen.

Iedereen die voor het eerst bij Optometrisch centrum Oud Geleen komt krijgt een compleet optometrisch onderzoek. Tijdens dit onderzoek wordt het huidige zicht en de gezondheidstoestand van de ogen grondig onderzocht. Deze informatie zal tijdens toekomstige oogonderzoeken worden gebruikt, en geeft de optometrist een nauwkeuriger beeld van de verandering van de ogen in de loop van de tijd. Afhankelijk van de gezondheidstoestand van de ogen en de wensen van de patiënt kan het noodzakelijk zijn dat hij of zij verwezen wordt naar een van de gespecialiseerde afdelingen van Optometrisch centrum Oud Geleen.

Deze gespecialiseerde afdelingen zijn:

Contactlenzen:
De afdeling contactlenzen vormt de oudste tak van Optometrisch centrum Oud Geleen. Al in 1994 had Harrie Heunen zijn eigen contactlenspraktijk; Heunen Contactlenzen in de Pieterstraat. In 2004 kwam ook Maurice Heunen daar werken en begonnen ze samen aan het vormgeven van Optometrisch centrum Oud Geleen. In onze contactlensafdeling kunt u terecht voor alle soorten contactlenzen. We zijn al jaren ervaren in het aanpassen van vormstabiele contactlenzen, zachte contactlenzen, torische contactlenzen en multifocale contactlenzen. Als een van de eersten zijn we begonnen met de Nachtlenzen, siliconen hydrogellenzen en de nieuwe generatie vormstabiele contactlenzen. Daarnaast zorgen we dat we ook op het gebied van contactlensmaterialen en vloeistoffen steeds up-to-date zijn. Omdat vooraf moeilijk in te schatten is welke lens uiteindelijk het beste is hebben we van de aanpassing, de instructies en alle controles een totaalpakket gemaakt. U hoeft de lenzen pas te kopen als u er tevreden mee bent.

Binoculair zien:
De binoculair zien afdeling is toegewijd aan het helpen van patiënten die moeite hebben met de samenwerking tussen de ogen, zoals lui oog, scheelzien of andere oogspier coördinatie moeilijkheden. Mogelijke symptomen kunnen zijn: dubbelbeelden, vermoeide ogen en hoofdpijnklachten. De problemen worden geëvalueerd, en zo nodig wordt er een behandelprogramma opgesteld. De behandeling kan bestaan uit een reeks van trainingen ter verbetering van de oogspier coördinatie, of uit het aanmeten van een prismabril ter ondersteuning. Binoculair zien en de argumenten voor en tegen het voorschrijven van een prismabril, vormden het onderwerp van de scriptie van Maurice Heunen.

Optometrie management:
Patiënten die bekend zijn met een oogziekte, of bij wie het vermoeden bestaat dat ze een oogziekte hebben zoals: staar, glaucoom, macula degeneratie, diabetische retinopathie, worden gevolgd in de optometrie management afdeling. Het is belangrijk dat deze patiënten regelmatig onderzocht worden. Vaak gaan oogziektes langzaam achteruit zonder waarschuwingstekens totdat er onherstelbare schade is opgetreden. Een snelle diagnose en behandeling is dus essentieel, en kan de achteruitgang van veel oogafwijkingen voorkomen. Indien noodzakelijk wordt de patiënt gericht doorverwezen naar de huisarts, oogarts, orthoptist of neuroloog.

Optiek:
In onze optiekafdeling vindt u een ruime collectie monturen en een deskundige begeleiding. Als extra hulp hebben we de beschikking over de Rodenstock impressionist. Dit apparaat stelt u in staat om ook als u een hoge sterkte heeft, de monturen op uw gezicht te zien. Tevens meet de impressionist de ideale positie van de glazen in uw montuur en laat hij de verschillen in dikte en vertekening tussen de verschillende glastypen zien.

Wat doet een optometrist?

Optometristen Vereniging Nederland De optometrist levert oogzorg op maat. Hij houdt zich bezig met de zorg voor het oog in de ruimste zin van het woord. Tot de taken van de optometrist behoren: oogmetingen, het opsporen van afwijkingen of ziektes aan het oog en het aanmeten van brillen en contactlenzen. Vroeger deed alleen de oogarts het oogonderzoek en zorgde de opticien voor de bril of lenzen. Een optometrist heeft zich gespecialiseerd in beide. Hij doet én het oogonderzoek én hij meet brillen en contactlenzen aan. Blijkt na het onderzoek dat verdere behandeling nodig is, dan wordt u gericht doorverwezen. Zo krijgt u op een snelle manier de oogzorg die u nodig heeft. Het grote voordeel voor u is dat u geen verwijzing van uw huisarts nodig heeft voor een bezoek aan de optometrist.

Eerstelijns oogzorg

De beroepsgroep optometrie heeft op 15 november 2000 de wettelijke erkenning gekregen binnen de oogzorg. Het publiek zal zich binnen deze nieuwe wetgeving in de eerstelijns oogzorg tot een optometrist gaan wenden. Dat betekend dat iedereen die oogklachten heeft, in eerste instantie een optometrist bezoekt voor het verhelpen van de problemen. De optometrist kan tevens oogaandoeningen constateren en diagnosticeren.

Adequate behandeling

De oogzorg in de tweede lijn wordt verzorgd door de oogarts. Deze zorgt voor acute ingrepen en opereert. Op het moment is het nog zo, dat sommige oogartsen in het ziekenhuis nog oogmetingen doen. Door taken als oogmeting en eerstelijns oogzorg over te nemen van de oogarts, kan de optometrist meehelpen om de wachtlijsten van de ziekenhuizen te verkorten. Zo verlicht de optometrist in de eerstelijns oogzorg de werkdruk van de oogarts in de tweedelijns oogzorg, zodat het publiek adequater kan worden geholpen. De optometrist os in feite een filter tussen de bevolking en de oogarts.

Wat is een optometrisch onderzoek?

Tijdens een optometrisch onderzoek stelt de optometrist u eerst vragen over uw oogheelkundig verleden, vervolgens wordt er gekeken wat u op dat moment kunt zien, en worden de accommodatie reserves opgemeten. Daarna komt de kleurenzientest, de dieptezientest, de oogvolgbewegingen, pupilreacties, convergentietest, de afstand tussen de ogen, de samenwerking tussen de ogen, gezichtsveldscreening en de bloeddrukmeting. Vervolgens wordt met een corneatopograaf de bolling van uw ogen in kaart gebracht en start de oogmeting. Na de oogmeting volgt een controle van de oogstand en worden de binoculaire reserves opgemeten. Dan begint de beoordeling van de gezondheid van de voorkant van de ogen, waarna u druppels in de ogen krijgt om de oogdruk en de dikte van het hoornvlies op te meten. Na het meten van de oogdruk krijgt u druppels die de pupillen verwijden zodat de optometrist goed naar de binnenkant van de ogen kan kijken. Als de pupillen ver open zijn heeft u iets wazig zicht en meer last van het zonlicht, een zonnebril kan dan verlichting bieden tijdens de terugreis. Als de ogen helemaal zijn onderzocht volgt er een evaluatie en een plan van aanpak. Hier wordt u in simpele bewoordingen uitgelegd wat de goede en minder goede onderdelen van uw ogen zijn.

Optometrisch centrum Oud-Geleen; wat er aan vooraf ging

De geschiedenis van de bril

De eerste lenzen hadden niets met een bril te maken. Het waren stukken bol glas met een platte onderkant: de leesstenen. Ptolemaeos beschreef de vergrotende werking van een met water gevulde bol en de Arabische geleerde Ibn El Haitam, ook bekend onder de naam Alhazen, beschreef als eerste deze leesstenen in 1015. In 1267 publiceerde de Engelse Franciscaner monnik Roger Bacon zijn werk Opus Majus, waarin hij uitleg gaf aan het gebruik van een platbolle lens in relatie tot personen van hoge leeftijd met een slechte gezichtsscherpte. Het was voor hen mogelijk letters te vergroten en te lezen. Het duurde nog eens vijftig jaar voordat iemand ontdekte dat je de lens ook in je hand kunt houden, min of meer in de vorm van het huidige vergrootglas. Daarna duurde het niet lang voor een slimmerik op het idee kwam om twee vergrotende lenzen met een staafje te verbinden: de bril was geboren. Een eerste afbeelding van een bril was ook van Tomasso di Modena, gemaakt van Kardinaal; Hugo van Provence (1352), te zien in de kerk van Treviso in Noord-Italië.

Het is duidelijk dat de eerste brillen uit Noord-Italië kwamen, omdat daar ook de eerste glasindustrie lag. Deze eerste brillen werden door kooplui en marskramers door heel Europa verhandeld. De marskramers lieten de kant-en-klare bril eerst uitproberen voordat er tot de verkoop werd overgegaan. Een subjectieve oogmeting in zijn meest primitieve vorm dus.

De geschiedenis van optometrie

De Utrechtse professor Frans Cornelius Donders (1818-1889) maakte veel werk van het meten van de sterkte en de samenwerking tussen de ogen. Hiermee kan hij worden beschouwd als een van de vaders van de optometrie (oogmeetkunde).

De Duitse invloed van de in Duitsland opgeleide opticiens was er de oorzaak van dat het beroep van opticien zich in Nederland in eerste instantie ontwikkelde tot een zuiver technisch beroep. Net als in Duitsland werd de opleiding tot opticien veelal ondergebracht in scholen die ook onderwijs verzorgden voor instrumentmakers en/of horlogemakers. Net als in Nederland voerden medici ook in Duitsland verschillende processen om de refractie tot geneeskunst te laten verklaren, echter zonder succes. Anders ging het in de Angelsaksische landen, waar het beroep zich tot een aan de medische professie gelieerd beroep ontwikkelde. In de Verenigde Staten is de opleiding al sinds begin 1900 op universitair niveau; naast het onderwijs in een goede refractiebepaling wordt daar ook meer aandacht besteed aan zowel de algemene als de oculaire anatomie, fysiologie en pathologie. Omdat de maatschappij rond 1900 behoorlijk snel veranderde (de industriële revolutie) en omdat de mens steeds meer eisen aan zijn zicht ging stellen koos men in de VS voor een nieuwe structuur op het gebied van oogzorg. De optometrist doet de eerstelijns oogzorg, de oogarts de tweede. Hierdoor hoeft de oogarts zich alleen maar bezig te houden met het genezen van zieke ogen. En de optometrist houdt zich bezig met het zoeken naar het beste visuele hulpmiddel en het onderzoeken of het oog al dan niet gezond is. De opticien zorgt voor een mooi montuur voor elk voorgeschreven recept.

Ook in Nederland is men de afgelopen honderd jaar meer eisen aan het zicht gaan stellen; paard en wagen werd verruild door de auto, een paard rent niet uit zichzelf tegen een boom. De televisie en de computer deden zijn intrede. Door het zelf printen nam de drukkwaliteit af. Omdat er toen nog niet aan het Angelsaksische model gedacht werd liepen de wachttijden voor de oogarts hoog op en begonnen opticiens steeds meer taken van de oogartsen over te nemen. De opticien deed de technische oogmeting, en de oogarts het medische oogonderzoek. En dat ging altijd goed.tenminste dat dacht men. Zolang het oog gezond was ging het goed, maar het oog is niet altijd gezond.

De geschiedenis van Optometrisch centrum Oud Geleen

Harrie Heunen had al vroeg door dat de optiekopleiding alleen onvoldoende kennis en kunde geeft om weloverwogen brillen en lenzen aan te meten. Daarom volgde hij de oude technische opleiding optometrie en de opleiding tot contactlensspecialist. Ondanks deze gedegen technische opleidingen bleef de honger naar het grotere geheel bestaan. Dit gevoel leefde bij meer vakbroeders, enkele hiervan hadden zelfs de opleiding optometrie aan de City University van Londen gevolgd. Zij kwamen doordrongen van het feit dat het roer echt om moest terug in Nederland. Ze stampten in 1989 de opleiding Optometrie uit de grond naar Angelsaksisch voorbeeld. Namelijk een zelfstandig beroep met gebruikmaking van diagnostische farmaca, meestal uitgeoefend in combinatie met een optiekzaak. Een artikel van K.A. de Vries: .Screening door de optometrist. gaf mede aanleiding tot deze ommekeer waarbij niet meer alleen de refractietechnieken, maar ook de andere taak van de optometrist onder de aandacht kwam: het screenen op oogziekten. Hij beschreef een protocol bestaande uit vier onderdelen: 1 geschiedenis, 2 gezichtsscherpte en refractie, 3 andere onderzoeken, 4 conclusie en plan. Met name de onder 3 genoemde andere onderzoeken leggen er duidelijk de nadruk op dat optometrie niet alleen een onderzoek omvat naar de brekingstoestand van het oog. Foto's van verblijf in St. Louis

Er werden Canadezen en Amerikanen naar Utrecht gehaald om een hoog klinisch niveau op het gebied van de optometrie te kunnen garanderen. In 1999 startte Maurice Heunen aan deze opleiding, hij maakte de opname van optometrie in de wet BIG in november 2000 dan ook van dichtbij mee. Hiermee was Nederland de eerste van het Europese vasteland met het invoeren van het Angelsaksische model. Na 3 jaar theorie en praktijklessen gevolgd te hebben aan de Hogeschool van Utrecht begon hij aan zijn stagejaar. Zijn optiekstage doorliep hij bij Boers Optometrist in Vught, en voor zijn contactlensstages ging hij naar Reyer Lafeber oogzorg in Harmelen en De Meern, en naar Wiegand Bruss Optiek te IJsselstein. De oogheelkundestage werd doorlopen in de Polikliniek ooogheelkunde van het Maaslandziekenhuis. Ondanks de vele geweldige ervaringen die hij tot dan toe in Nederland had opgedaan, hield hij het gevoel dat het Angelsaksische model meer behelst dan alleen een klachtgericht oogonderzoek. In zijn zoektocht naar de .roots. van de optometrie vertrok Maurice Heunen in mei 2003 naar het College of Optometry van de University of Missouri Saint-Louis.

Hier deed hij veel theoretische en klinische ervaring op in de verschillende oogklinieken van de universiteit. Hier werkte men volgens het volgende systeem. Je komt altijd eerst terecht in de Primary Care Eye Clinic. Daar krijg je een Primary Care Examination (een basis optometrisch onderzoek). Tijdens dit onderzoek wordt het huidige zicht en de gezondheidstoestand van de ogen grondig onderzocht. Deze informatie zal tijdens toekomstige oogonderzoeken worden gebruikt, en geeft de optometrist een nauwkeuriger beeld van de verandering van de ogen in de loop van de tijd. Afhankelijk van de gezondheidstoestand van de ogen kan het noodzakelijk zijn dat de patiënt verwezen wordt naar een van de gespecialiseerde afdelingen van het Center for Eye Care.

De gespecialiseerde afdelingen waar Maurice Heunen werkzaam was zijn:

Pediatrics and Binocular Vision. De kinder- en binoculair zien afdeling is toegewijd aan het helpen van patiënten die moeite hebben met de samenwerking tussen de ogen, zoals lui oog, scheelzien of andere oogspier coördinatie moeilijkheden. De problemen worden geëvalueerd, en zo nodig wordt er een behandelprogramma (oefeningen of bril) opgesteld.

Eye Health Management. Patiënten die bekend zijn met een oogziekte zoals: staar, glaucoom, macula degeneratie, diabetische retinopathie, worden gevolgd in de Eye Helalth Management Service. Het is belangrijk dat deze patiënten regelmatig onderzocht worden. Vaak gaan oogziektes langzaam achteruit zonder waarschuwingstekens totdat er onherstelbare schade is opgetreden. Een snelle diagnose en behandeling is dus essentieel, en kan de achteruitgang van veel oogafwijkingen voorkomen.

Contact lenses. Veel mensen hebben de voorkeur voor contactlenzen, of ze ontdekken dat ze beter kunnen zien met contactlenzen dan met een bril. In sommige gevallen zijn contactlenzen buitengewoon effectief. Nadat de oogheelkundige gegevens bekend zijn (Primary Care Examination), worden in de contactlenskliniek de lenzen aangepast, instucties gegeven, en gecontroleerd.

Daarnaast besteedde hij veel aandacht aan de manier waarop optometrie uitgeoefend wordt in het land waar het allemaal begon. Zo bezocht hij ook diverse zelfstandigen en ketens van optometristen. De grote voordelen van een preventief en regelmatig compleet optometrisch onderzoek deden hem besluiten om dit systeem ook in Nederland daadwerkelijk in de praktijk te brengen.

In 2004 gingen Harrie en Maurice samen verder als Heunen Contactlenzen v.o.f. Gedurende de daarop volgende twee jaar zorgden zij ervoor dat hun praktijk langzaam veranderde van een pure contactlenspraktijk in een compleet optometrisch centrum.

Links voor meer informatie: